De wereld wordt overgenomen door technologie. Of we nu willen of niet deze verandering is onontkoombaar. Als individu kan je je afsluiten voor verandering en je op je eigen tempo aanpassen, als bedrijf is het tegenovergestelde misschien wel waar. Als je niet meegaat naar het volgende paradigma, ben je vroeg of laat achterhaald.

Een uitwerking van deze verandering is dat we een andere skillset nodig hebben om hiermee om te gaan. Emotionele intelligentie is een vaardigheid die steeds vaker terugkomt op lijstjes van belangrijke toekomstige vaardigheden op de werkvloer, zoals hierhier, maar ook hier.  

Dat emotionele intelligentie zo belangrijk gaat worden is eigenlijk heel logisch. Het wordt duidelijk als je de lijn uit het verleden doortrekt. 

Tijdens de industriële revolutie was er mankracht nodig om machines te bedienen. Een stuk staal moest bewerkt worden door de ene machine en door een mens verplaatst worden naar de volgende, die daar een andere bewerking deed. Naarmate de machines geavanceerder werden, namen ze steeds meer menselijke taken over. Op een gegeven moment was er zoveel geautomatiseerd dat hele fabrieken nog maar een handvol werknemers nodig hadden om ze te bedienen.

Toen begon de overgang naar het informatie tijdperk. De rekenkracht van computers werd zo groot dat het alle analoge berekeningen van de mens kon overnemen. Hersenkracht was nu nodig om verbanden te leggen, patronen te herkennen en complexe beslissingen te maken, want dit konden computers toen niet. 

We zijn nu op het punt dat computers wel complexe beslissingen kunnen maken door middel van artificiële intelligentie en machine learning. Algoritmes zijn inmiddels zo goed dat ze soms al beter zijn dan een menselijke expert, zoals bijvoorbeeld een radioloog bij het analyseren of een tumor goed- of kwaadaardig is. Zo’n algoritme heeft het Oregon Research Institute namelijk gemaakt. Op basis van een zevental vuistregels maakt het algoritme een inschatting of een tumor kwaadaardig is of niet. Het instituut liet een groep dokters en het algoritme beide dezelfde röntgenfoto’s zien om hun oordeel erover te vellen. Hierbij trok het algoritme aan het langste eind de strijd tussen mens en machine en was beter in het analyseren van deze complexe foto’s.

De conclusie is niet dat we nu geen radiologen meer nodig hebben. Om aan de taakomschrijving van een radioloog te voldoen heb je namelijk veel meer vaardigheden nodig dan alleen een goed diagnostisch vermogen. Daarnaast is het niet zomaar een algoritme, het is een algoritme gemaakt door experts. Zonder experts kunnen dit soort algoritmes niet worden gemaakt, zij faciliteren de ontwikkeling. Er zullen dus altijd — of in ieder geval nog heel lang — experts nodig zijn. Dat neemt niet weg dat complexe taken als deze wel steeds vaker worden overgenomen. Het belang van dit soort technisch gespecialiseerde vaardigheden zal dus langzamerhand afnemen. Ook is het niet meer genoeg om enkel deze vaardigheden sterk te ontwikkelen. Dat kan een algoritme ook. Gespecialiseerde beroepen moeten zich uitbreiden op het gebied van de vaardigheden die ze aan tafel brengen. Het is bijvoorbeeld nodig om als radioloog slecht nieuws op een empathische manier over te kunnen brengen. Dat zit namelijk niet in het algoritme geprogrammeerd.

Toekomstige werkplekken — en technische/technologische werkplekken in het bijzonder — ontwikkelen zich met zo’n rap tempo dat alleen je intelligentie niet genoeg is om relevant te blijven. Er is een heel simpel antwoord op de vraag waarom emotionele intelligentie zo belangrijk gaat worden: een computer kan het niet.