Ongeveer zes maanden geleden kreeg ik tijdens de warming-up voor de zaalvoetbalwedstrijd ASV LEBO – Futsal Apeldoorn een bal in mijn gezicht geschoten. Dit gebeurt vaker en is onontkoombaar aan het bestaan van een keeper. Dit schot was alleen zo hard en raakte mij zo perfect op mijn hoofd, dat ik de minuten die volgden niet meer op mijn benen kon staan, ze veranderden in rubber. Het was alsof alle energie in één klap uit me liep. Stuntelend kroop ik achter het doel terwijl ik bloedspoor achterliet, afkomstig uit mijn neus.

Door jarenlang schietschijf te zijn, weet elke keeper bij een schot ongeveer waar de bal terecht gaat komen, puur door de stand van het lichaam van de schutter. Dit is een onbewust proces. Terwijl de speler dichterbij de bal komt, beweeg je als keeper mee. Hoe dichterbij de bal hij is, hoe meer informatie je uit de stand van het lichaam kan halen. Het moment dat de speler met zijn voet de bal raakt is het meest waardevol. Vanaf dan kan je het traject van de bal bekijken, volgen en inschatten waar hij gaat eindigen, zodat je je hand of voet erachter kan zetten.

Het leek alsof ik werd aangereden door een trein.

De voorspelling waar de bal gaat komen aan de hand van de stand van het lichaam is cruciaal. Zeker als je even een snelle berekening maakt hoe lang je ongeveer de tijd hebt om te reageren vanaf het moment dat de bal geraakt wordt totdat deze bij jou als keeper aankomt. Ervan uitgaande dat spelers op Eredivisieniveau een bal makkelijk met honderd kilometer per uur schieten en ze ongeveer tien meter van je afstaan bij een schot, duurt het ongeveer 300 milliseconden voordat de bal bij je is, of in dit geval, op mijn hoofd was. Ter vergelijking, knipperen met je ogen duurt ook 300 milliseconden.

Mijn teamgenoot schoot de bal met zijn punt. Dat kan je van tevoren bijna niet zien aankomen, want het is haast niet af te lezen van een lichaam. Zo ook deze keer niet. Ik kan me eerlijk gezegd het hele schot niet meer herinneren. Het was een schot in een reeks van de warming-up, niks speciaals aan dus. Ik bewoog mee met de beweging van zijn lichaam, maakte een hupje waarmee ik spanning op mijn benen zette zodat ik zo snel mogelijk kon reageren wanneer de bal van zijn voet zou afspatten. Maar voordat ik me kon voorbereiden op het schot, werd mijn gezichtsveld zwart en leek het alsof ik werd aangereden door een trein.

Er was ineens een stem in mijn hoofd die er normaal nooit was.

Meer dan twee maanden lang werd ik door mijn hersenschudding dagelijks herinnerd aan het schot. Ik kon me amper concentreren doordat het leek alsof er de hele dag een wolk in mijn hoofd zweefde. De eerste keer dat ik weer ging trainen schrok ik van de hoeveel angst die ik voelde.

Er waren twee duidelijke momenten waar een vlaag van angst door mijn lichaam gierde: wanneer iemand op doel schoot en wanneer de bal tussen mij en een speler inkwam, met een grote kans op een botsing.

Bang voor botsen

Vlak voor een moment van botsen was er ineens een stem in mijn hoofd die zei: ‘Pas op, dit kan wel eens heel veel pijn gaan doen.’ Die stem was er hiervoor nooit. Die kwam meestal pas na een actie. ‘Oh trouwens, dat wat je net deed, had pijn kunnen doen.’ Ik heb daar nooit een boodschap aan gehad, want de actie was dan al voorbij. 

Angst lijkt een manier om jezelf te beschermen, maar eigenlijk maak je veel situaties gevaarlijker voor jezelf.

Bij angst wordt de connectie tussen lichaam en geest ineens pijnlijk duidelijk. Je kan namelijk letterlijk verstijven van angst. Hierdoor wordt de kans op blessures ook direct groter omdat je lichaam niet meer mee kan veren, maar er direct veel spanning op spieren, pezen en gewrichten komt te staan. De kans op verrekken of scheuren wordt daardoor vele malen groter. Angst lijkt een manier om jezelf te beschermen, maar eigenlijk maak je veel situaties gevaarlijker voor jezelf.

Door die verstijving ben je ook veel minder soepel in het uitvoeren van de bewegingen die je normaal achteloos doet. In mijn geval maakte ik de beweging helemaal niet af, waardoor ik alsnog tegen iemand aan knalde, want die speler verwachtte ook niet dat ik ineens zou stoppen. Of hij liep met gemak met de bal langs me heen en kon zo scoren, wat er nog knulliger uitzag. Door de slechte uitvoering is het resultaat dus niet wat je voor ogen hebt, wat jou weer bevestigd in je angst. ‘Het is logisch dat ik hier bang voor ben, want het gaat de hele tijd mis.’

De Angstcirkel

(1) Je bent bang, hierdoor heb je (2) een negatieve gedachte (‘Dit gaat pijn doen’) of een negatieve emotie (twijfel, terughoudendheid of besluiteloosheid) die voor (3) een negatieve fysieke reactie zorgt (stijfheid, of een gespannen of bevroren lichaam). Vervolgens voer je (4) een actie of beweging slecht uit (verkeerd uitkomen als de bal tussen jou en de spits inkomt), wat tot (5) een slecht resultaat leidt (een botsing og doelpunt tegen).

Na zo’n ervaring maken je hersenen een connectie tussen een actie en gevoel. De actie is in dit geval een moment waar ik fysieke schade kan oplopen. Wanneer zo’n moment zich voordeed kreeg ik een automatische schrikreactie en ging ik binnen 1 of 2 seconde door alle fases van de angstcirkel heen. Dit is aangeleerde angst, want hier heb ik nooit last van gehad. Als aangeleerde angst niet bewust aangepakt wordt, groeit het verder uit totdat het hardnekkig in je automatische systeem zit opgeslagen.

Angst is een perceptie. We verzinnen het zelf. Het is een emotie die we aan een specifieke actie of situatie hechten, puur gebaseerd op onze eigen interpretatie uit eerdere ervaringen. Daarom zijn verschillende mensen bang voor verschillende dingen. Of, is niet iedereen voor hetzelfde bang.

 

Niet meer bang voor de bal

Angst kan afnemen door ervaring, omdat je meer bekent raakt met een situatie ervaar je deze als minder bedreigend en voelt het alsof je meer controle hebt. Dit was bij mij het geval met de angst voor een schot. Omdat ik al snel ervoer dat er niks mis wat met mijn reflexen en ik nog steeds zonder problemen een schot op doel kon pakken, was binnen één training die schrikreactie er wel uit. Je gaat door dezelfde cirkel heen, waarbij de gedachte of emotie niet sterk genoeg is om je fysiek te beperken en daarmee het resultaat te beïnvloeden. Omdat er tijdens een training zo vaak op doel wordt geschoten, ging ik heel vaak door die cirkel heen en werd er elke keer bevestigd dat ik niet bang hoefde te zijn.

Niet meer bang voor botsen

De angst voor een botsing ging niet vanzelf weg. Sterker nog, dit hield zichzelf in stand en werd alleen maar erger. Elke keer als een mogelijkheid zich voordeed ging ik door de hele cirkel heen: situatie, gedachte, terughoudendheid, verstijving, slechte uitvoering, slecht resultaat, en tot slot bevestiging van de angst.  

Angst is een hele logische emotie.

Voor mijn hersenschudding had ik hier nooit last van, ik vloog overal in zonder erbij stil te staan dat iets fout af zou kunnen lopen. Nu was ik in een patroon terecht gekomen waar een slechte afloop de enige mogelijkheid leek te zijn.

Ergens moest ik dit patroon onderbreken. Om dat te doen, is het belangrijk om precies te weten waar ik bang voor was. In mijn geval was dat redelijk duidelijk: schade aan mijn hoofd. Ik was bang dat ik door een botsing mezelf zou beschadigen en weer langdurig zou moeten leven met een wolk van concentratiegebrek in mijn hoofd.

Jij bent niet jouw gedachte.

Angst is een perceptie en houdt zichzelf in stand, dus ik moest ergens in de cirkel een ingang vinden waardoor ik langzamerhand weer positieve ervaringen kon creëren. Ik wist ook precies het moment dat het elke keer fout ging: als de bal tussen mij en een tegenstander in valt en de stem in mijn hoofd zei: ‘Pas op, dit kan wel eens heel veel pijn gaan doen.’

Dat was de trigger.

Jij ben niet jouw gedachte. Je hebt duizenden gedachten per dag en aan het gros hang je geen waarde, je kan dus prima je gedachtes veranderen. Als ik die trigger kon veranderen zou de rest vanzelf volgen.

Na een operatie aan mijn elleboog vorig jaar had ik een vergelijkbaar probleem. Ik was bang dat mijn arm weer zou overstrekken of te ver doorbuigen als er kracht op zou komen te staan. De fysiotherapeut zei dat ik volledige functionaliteit in mijn elleboog had. Het probleem was dus mentaal. Mijn oplossing was voor trainingen en wedstrijden te visualiseren dat ik een standbeeld was. Want, standbeelden kunnen niet buigen. Erg logisch vond ik zelf.

De standbeeld-oplossing kwam hier ook van pas. Elke keer als de bal tussen mij en een tegenstander inviel, forceerde ik mezelf te denken dat ik een standbeeld was. Dit moment duurt ongeveer een seconde, dus verder dan heel hard denken: ‘Standbeeld!’ kwam ik niet. Maar het was genoeg. Je kan niet aan twee dingen tegelijk denken, dus hiermee verving ik het oude ‘Dit gaat pijn doen.’ Het heeft zeker 4 of 5 trainingen geduurd om het op de juiste manier toe te passen, maar de stem is weg en daarmee ook de angst.

Hoe pas jij dit toe?

Dit principe kan je bij heel veel verschillende soorten angst toepassen. Het begint bij toegeven dat je ergens bang voor bent. Als je onderzoekt wat het precies is waar je bang voor bent, kan je dat moment ontleden. Welke gedachtes heb je op welk moment? Welk gevoel krijg geeft dat je? Hoe zie je dat terug in je fysieke uitvoering? Wat is het resultaat van de uitvoering? Per persoon is een ander instappunt in de cirkel het meest effectief.

Angst is een hele natuurlijke en logische emotie. Het is dus helemaal niet raar dat je soms bang bent. Als je de omgang met jouw angst ziet als een vaardigheid waar je stapje voor stapje beter in wordt, hoeft je er ook niet zo zwaar aan te tillen. Dan is het bijvoorbeeld net zoiets als het verbeteren van je voorzet.